|
Bø
i Vesterålen, 22 juni 2003 Precies
4 weken geleden vertrok ik uit Nederland. Nu staat alles weer ingepakt om
morgen weer richting het zuiden te vertrekken. Een raar idee. Van de ene
kant heb ik er weer veel zin in om een stuk van Noorwegen te zien en te
reizen. Ook kijk ik er erg naar uit dat Henk deze kant op komt en ik hem een
stuk van dit mooie land kan laten zien (helaas niet het allermooiste stuk,
dat is namelijk hier op de Vesterålen/Lofoten, vind ik). Van de andere kant
betekent het het einde van weer een periode; afscheid nemen is niet een van
mijn beste kanten. Het betekent ook dat binnen afzienbare tijd het
dagelijkse leven weer begint en dat is iets waar ik niet echt naar uitkijk.
Van mij mag het de rest van mijn leven vakantie zijn! Maar ja, dan moet ik
toch eerst die 2 miljoen euro winnen. Ik zou wel weten wat ik er mee zou
doen! Maar
goed, dit wordt de laatste nieuwsbrief vanuit Bø. Morgen vertrek ik
hiervandaan en ga via de Lofoten naar Bodø. Vandaar rijd ik via de
“kystriksvei”, de kustrijksweg, naar Trondheim. Dan rijd ik naar Tolga,
dat ligt ten zuiden van Røros. Dit alles natuurlijk niet in 1 dag, maar ik
zal er een paar dagen over doen. Ik hoop donderdag in Tolga aan te komen.
Daar heb ik, toen ik nog Noors studeerde, twee zomers gewerkt. Ik heb zin om
deze mensen weer te zien. Maar
goed wat heb ik de laatste dagen zoal gedaan? In de vorige brief schreef ik
dat ik die vrijdag een interview zou hebben bij de lokale radio-omroep en
dat we daarna zouden wandelen naar “Veten”, een bergtop van 467 meter.
Nou, beide heb ik uitgevoerd. Het
interview was erg leuk. Ongeveer 7 minuten ben ik op de radio geweest. Het
werd van tevoren opgenomen, zodat er eventueel nog dingen uitgeknipt konden
worden. Het is een kleine radio-omroep waar twee mensen werken die betaald
krijgen. Verder is er een aantal vrijwilligers die een paar uitzendingen
voor hun rekening neemt. Ze krijgen subsidie van de gemeente omdat ze de
gemeenteraadsverkiezingen uitzenden. Tevens krijgen ze inkomsten uit reclame
en de bingo-uitzendingen die ze hebben. Ze hebben niet zoveel programma’s.
Het programma waar ik in zat is een soort nieuwsprogramma, gericht op deze
gemeente. Het wordt uitgezonden van 11 tot 13 uur en wordt herhaald van 17
tot 19 uur. In het weekend hebben ze wat meer programma’s. Wel hebben ze
in de uren dat er geen programma
is continue muziek en dat is leuk om naar te luisteren. Het
was leuk om er even rond te kijken en te zien hoe ze het hier in Noorwegen
bij een lokale omroep geregeld hebben. Het was wel raar om mezelf weer terug
te horen en dan vooral in het Noors. De fouten die ik maakte vallen dan
extra op! Daarna
met Ellen Marie en Rønnaug naar Veten. Een hele klim, continue omhoog. Soms
heel steil. Ondanks dat sommige stukken niet zo steil waren, merkte ik toch
dat ik omhoog ging. Erg vermoeiend, maar goed voor je kuitspieren! Op het
laatst was het heel erg steil en leek het
wel op klimmen. We leken wel een paar klimgeiten! Of, nee, nog beter
klimschapen. In dit gebied lopen zomers de schapen vrij rond. Zonder enige
moeite overmeesteren ze deze berg, terwijl wij er erg veel energie in moeten
steken. Maar ik was wat trots dat we de berg beklommen hadden. Een
fantastisch uitzicht. Bijna heel Bø kon je vanaf deze top zien. We hadden
gelukkig ook mooi, warm weer, zodat het uitzicht goed was. Het zou zonde
zijn als we in de mist gezeten hadden. De terugweg ging een stuk
makkelijker, lekker bergafwaarts, maar toch ook zwaar voor je bovenbenen en
knieën. Toen ik thuiskwam was ik helemaal op en ben ik meteen gaan slapen.
Tot ongeveer half 6. ‘s Avonds niet zoveel meer gedaan. Even met Arctic
Adventures gebeld in Stø om te vragen of er nog een walvissafari op het
programma stond. Hadden ze al 40 aanmeldingen voor de volgende dag. Maar ons
hebben ze niet gebeld! Toch maar goed dat we zelf gebeld hadden. De
weersverwachting was goed, dus het leek een uitgelezen kans om nu eindelijk
walvissen te zien. We
kregen eerst wat uitleg over welke walvissen we zouden kunnen zien en de veiligheidsvoorschriften. Om 11 uur verlieten we Stø aan boord
van de Leonora. Eerst zijn we naar Anda Fyr gevaren, een klein eilandje in
de buurt van Stø, waar een vuurtoren staat. Op dit eilandje zie je veel
“lundefugl”, volgens mij heten ze in het Nederlands
“papegaaiduikers”. Ook hebben we zeehonden gezien en een adelaar.
Fantastisch! Vlak
bij Anda Fyr merkte ik al dat ik me toch niet zo lekker voelde. De golven
waren niet echt hoog, maar de boot was niet zo groot, dus je voelt de golven
extra goed. Ik probeerde wel naar de horizon te kijken, maar uiteindelijk
ben ik toch maar gaan liggen. Ik voelde me erg misselijk en duizelig. Als ik
lag had ik er minder last van. Uiteindelijk heb ik zo’n 8 uur lang op het
dek gelegen, met een aantal dekens over me heen, en onder me, want het was
toch aardig koud. Ik durfde bijna niet overeind te komen, want als ik dat
deed kwam er weer zo’n misselijkheidsgolf. Vreselijk! Toen we een eindje
de zee op waren hoorde de kapitein via de radio dat het in Stø mistig was
en dat de vooruitzichten slecht waren; ook mist op zee. En inderdaad, binnen
no time trok het dicht en hadden we maar weinig uitzicht (ik had al niet
zoveel omdat ik lag en omdat ik tevens mijn ogen dicht had, maar goed dat is
een ander verhaal). Heel jammer, want dit betekende ook dat we de walvissen
moeilijk konden zien. Walvissen kun je al van vrij ver zien omdat ze water
omhoog spuiten. Nu konden ze dit helaas niet zien en was het maar hopen dat ze zouden ontdekken, ergens op
zee. Via de radio hoorden ze dat een andere walvissafari ze had gezien. Dus
daar zijn we toen heengevaren. Uiteindelijk hebben we heel in de verte (ik
ook, ik kon nog net overeind komen) een walvisstaart gezien. In dit gebied
zijn we een tijdje blijven liggen in de hoop nog meer walvissen te zien.
Toen dat niet gebeurde zijn we nog een stuk verder naar het noorden gevaren,
maar ook daar helaas niets te zien. Ik moet je eerlijk zeggen dat ik een
groot deel van de reis half geslapen heb, dus een deel heb ik niet
meegekregen. Zo ontdekte ik ineens dat ik de enige was die nog aan dek was.
De anderen zaten allemaal binnen aan de “fiskesuppe”, vissoep. Nou, ik
moest er niet aan denken om iets te eten!! Toen we vlak bij Stø waren lukte
het me om op te zitten en recht voor me uit te kijken zonder zeeziek te
zijn. Eenmaal aan de wal was de zeeziekte in 1 keer over en had ik me toch
een honger! Ik heb nog even met de kapitein van het schip gesproken. Hij zei
dat ik best mocht overwinteren op het schip (omdat ik de hele tijd in de kou
gelegen had). Toen ik hem zei dat ik erg jaloers was op het feit dat hij
niet zeeziek was vertelde hij me dat hij de eerste 6 maanden dat hij op zee
was, alle dagen zeeziek geweest was. Daarna was het over. Er is dus nog
hoop. Hij vertelde me dat de pillen die we krijgen tegen zeeziekte pas na
1,5 uur werken en dat ik hem dus te laat ingenomen had. Hij zei dat als je
de golven voelt voordat de pil werkt, het niet meer helpt. Dan word je
zeeziek ondanks de pil. Nou dat weten we dan voor de volgende keer. Want een
volgende keer komt er waarschijnlijk wel. Omdat we geen walvis gezien
hebben, kregen we bij aankomst een tegoedbon die binnen twee jaar gebruikt
moet worden. Een soort walvisgarantie. Ook kregen we een T-shirt. Een goede
service vond ik. Ook kregen we een certificaat met daarop dat we op 21 juni
2003 op de Leonara de walvissafari volbracht hadden. Ja, maar je moet mij
niet vragen hoe!!!! Vanmorgen
merkte ik pas dat ik erg verkrampt daar gelegen heb (van de kou en
waarschijnlijk om de bewegingen op te vangen); veel spierpijn, zelfs in mijn
buikspieren. Nou, ik kan me niet herinneren dat ik die gisteren veel
gebruikt heb. Ook
heb ik nog steeds het gevoel alsof ik op een boot zit, voornamelijk als ik
loop. Zal wel weer overgaan. Ik
weet nu in ieder geval dat ik als ik dinsdagochtend de veerboot van Moskenes
naar Bodø neem (ongeveer 3,5 uur) dat ik dan een 2 uur van tevoren een
primatour neem. Gewoon voor het geval dat. Zoals
gezegd vandaag voornamelijk
ingepakt. Vanmiddag nog gewandeld naar “Losjehytta” met Rønnaug en
Ellen Marie. Een tocht die we nu 10 keer gemaakt hebben. Elke keer als we
bij Losjehytta aankwamen hebben we onze naam in een schrift gezet, met
daarbij hoe vaak je daar geweest bent. Mijn doel was in ieder geval 10 keer. Nou, dat is gelukt! Ik merk dat het elke
keer een stukje beter gaat en dat het steeds makkelijker wordt om de berg op
te komen. Goed,
de komende dagen even geen nieuwsbrieven, maar vanuit Tolga misschien weer
een aantal tegelijk. Jullie merken het wel.
|